De late middagzon scheen Hanna’s kamer binnen. Haar erker lag aan de zuidkant, wat betekende dat het altijd lekker warm in haar woonkamer was als de zon scheen. In de winter trok ze echter de beige gordijnen stevig dicht; het enkele glas zorgde voor vrieskou bij elke temperatuur onder de 10 graden. Haar schuifdeuren deelden de ruimte in tweeën, zodat ze een woonkamer en een kleine slaapkamer had, en op de gang deelden een piepklein douchehok en een toilet de rest van de bovenste etage met de keuken. De keuken was net groot genoeg om met z’n tweeën in te kunnen staan, maar dan kreeg je de oven en de koelkast niet meer open.
Boven haar tafel, in de woonkamer, had ze een collage gemaakt van iedereen die er voor haar wat toe deed. Er waren vooral foto’s van Bo, Wendy, Daniëlle en haar familie. Zelfs mevrouw de Wit had een prominente plek. Mevrouw de Wit was de oude dame die Hanna de bovenverdieping verhuurde. Sommige van haar vrienden hadden haar een beetje scheef aangekeken toen Hanna vertelde dat ze bij een hospita huurde. Mevrouw de Wit was echter de meest lieve oude dame de ze kende. Daarbij was ze altijd van alles op de hoogte en had ze absoluut geen vertrouwen in “Harry Potter en zijn jonge rariteitenkabinet”, zoals ze Balkende IV noemde. Ze zou het liefste zelf Minister President zijn! Hanna hield dan ook van de middagen dat ze met z’n tweeën aan de thee even alle wereldproblematiek oplosten. “Ja kind,…” zei ze dan, en dan kwam er weer een bijzondere vergelijking. Mevrouw de Wit was dol op spreekwoorden, en creëerde er per gesprek zeker ééntje bij. Haar blik viel op Het Probleem Van Vanavond, ergens in een hoekje van haar collage, op een zonnige foto, naast Daan in de dierentuin. Hij had wat uiterlijk betreft wel iets weg van Mr. Big van Sex en de City. Hanna lachte in zichzelf, ze was wel dromerig vandaag: Titanic, Mr. Big…
Mijmerend schrok Hanna op van de harde dong van de deurbel. Dat moest Wendy wel zijn voor het eten, aangezien Bo Nederlands recordhouder te laat komen is. Hanna zette het gas laas en wierp een blik in de spiegel, alvorens ze zonder al te hard te stampen de twee smalle trappen naar beneden afrende. Te laat; mevrouw de Wit had al open gedaan. “Hannelore,” riep ze naar boven, “er is iemand voor je!”. “Ik ben onderweg…” riep Hanna terug en ze zag nog net hoe mevrouw de Wit weer terug haar huiskamer in schuifelde terwijl Wendy smeulend glimlachte.
vrijdag 12 juni 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten