zaterdag 30 mei 2009

§ 1.1 van "Killing Brownies"

Hanna keek uit het raam. Het scheelde een hoop gegruwel dat de pissebedden daar niet meer op zaten. Eigenlijk zaten ze daar al tijden niet meer. Ze dacht er niet meer zo veel aan terug, aan die tijd van de pissebedden, toen ze alle gaten en kieren afplakte met schilderstape. In dit knusse huis van de jaren ’30 zat ze prima op haar gemak. Het stond in een mooie buurt, waar je lief lacht naar je oude buurman van tachtig. Een buurt waarin je weet dat de overbuurvrouw een tijdje niet thuis heeft gewoond, maar iedereen doet alsof er niets aan de hand is. Op de hoek van de parkeerplaats staat eens in de zoveel tijd een auto weg te rotten, totdat de bloemen weelderig rondom de lege banden groeien en de gemeente maar eens besluit toch maar de auto op te halen. Enfin, pissebedden. Ze streek met haar vinger over het raam en glimlachte. Het deed haar denken aan Titanic, aan het moment dat het oog van de oude Rose verandert in het oog van de jonge Rose, voordat alles ten onder ging. Hoe kwam het toch dat ze van dat beslagen raam in de ijskoude zee terecht was gekomen?

“I’ll never let go” klinkt leuk op het moment dat je geliefde zijn laatste adem uitblaast en onder een vlot zakt in vrieskoud zeewater. Dan is hij er immers niet meer en staat het je vrij om een nieuw leven te beginnen zonder ooit je ex-geliefde te vergeten. Als je geliefde echter nog springlevend rondflirt in en om de werfkelders van een stad in het midden van het land, is dat een ander verhaal. Dan ben je overgeleverd aan je eigen wilskracht, je vriendinnen, en de incidentele afleiding van het wegsquashen van pissebedden van je nieuwe gordijnen, om je leven te herpakken en jezelf weer gelukkig te maken. Een schelle, snerpende toon riep Hanna terug naar de werkelijkheid. Shit, pasta! Straks stonden haar vriendinnen op de stoep en kon ze hen enkel gekookt water voorzetten...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten